'Ik kan me geen leven zonder honden voorstellen'

Twintig honden in ‘huis’, het is nogal wat. Lotte de Muynck kan niet meer zonder. Ze is fokker, trainer en eigenaar van dierenspeciaalzaak Dogamientje in België. Een zaak vol vrolijke honden: één Weimaraner, drie Duitse Doggen en zestien teckels. Niet gek dat Lotte bijna 24/7 met ze in de weer is.

hondje


Zestien kleine viervoeters liggen snurkend rondom de bureaustoel van Lotte de Muynck. Het zijn haar Red Devils, die de hele dag door haar zaak dribbelen. Hoewel Lotte zich geen leven meer zonder haar maatjes kan voorstellen, was dat vroeger wel anders. ‘Wij hadden vroeger geen honden thuis. Als klein meisje wandelde ik daarom veel met de honden van de buren. Dat was fantastisch. Op mijn zeventiende kreeg ik toch mijn eerste hond, een Labrador. Toen ik een jaar later uit huis ging, nam ik de hond mee. Vanaf dat moment wilde ik geen dag meer zonder zijn.’


Liefde voor teckels

Lotte was zelfs zo gek van honden dat ze vrijwilliger werd bij een dierenasiel. ‘We hadden honden in alle soorten en maten en één voor één waren ze bijzonder. Zo ook Tiebe. Deze teckel had meteen een plekje in mijn hart veroverd en daarom adopteerde ik hem. Hij wende gelukkig snel, want in het begin was hij nogal verlegen. Toen hij jaren later overleed, zocht ik direct een nieuwe teckel. Helaas kon ik ze niet meer vinden in het asiel. Na lang zoeken vond ik uiteindelijk een teckel met stamboom.’


Nette opvoeding

Maar hoe leuk de honden van nature ook zijn, volgens Lotte hebben ze altijd een nette opvoeding nodig. ‘Veel mensen denken dat kleine honden geen cursus nodig hebben. “Ze zijn zo lekker handzaam of leuk voor op schoot of op de fiets. Die opvoeding komt vanzelf wel” hoor ik vaak. Ik zie juist dat het daardoor verwende of valse honden worden, van die echte duiveltjes die snauwen. En dat is jammer, want teckels zijn juist zulke leuke honden. Slim, een tikkeltje eigenwijs, stoer en best wel atletisch. Ik heb een speciaalzaak vol hondenspeeltjes en kluiven. Toch weten ze heel goed dat ze hier niet aan mogen komen.

Natuurlijk is dat in het begin best lastig. Eén van mijn Duitse Doggen is 6 maanden oud. Regelmatig paradeert ze trots door de zaak met een pantoffel of een schoen. Ze pakt werkelijk alles wat ze niet mag pakken, maar ze sloopt niets. Ik zoek mij dan aan het einde van de dag rot naar mijn schoenen, wetend dat zij ze wel weer ergens heeft verstopt. Ik moet haar eigenlijk even leren ze ook weer te zoeken,’ lacht Lotte.


Jerommeke en Jono

Ook haar twee Red Devils Jerommeke en Jono verdienen speciale aandacht. ‘Jerommeke is piepklein en weegt nog geen drie kilogram, maar heeft een gigantische borstkas. Al vanaf het moment dat hij geboren werd. Teckels staan altijd al een beetje trots met de borst vooruit, maar bij Jerommeke is het helemaal erg. Daarom heet hij Jerommeke, als uit Suske & Wiske.’

Maar Jerommeke is niet de enige met een bijzondere naam. ‘Jono heette Johnny toen we hem kochten van een Roemeense fokker. Maar ‘Johnny’ kan dus echt niet in België. Ik weet niet precies waar het vandaan komt, maar deze naam is hier een scheldwoord. “Johnny hier! Kom eens onder die auto vandaan.” Zie je het al voor je? Nee, dat werd dus Jono.’


Niet langer commercieel

Lotte is dagelijks druk bezig met voer. Als het niet voor haar eigen honden is, dan is het wel voor haar klanten. Vroeger was dat wel anders. ‘Ik gaf mijn honden brokken, heel makkelijk. Maar toen ik mijn huidige man op de hondenschool leerde kennen, kwam ik aanraking met het voeren van biologisch vlees. Ik moest daar eigenlijk niet zoveel van hebben, terwijl hij er juist van overtuigd was dat er niets beter is voor honden. Met dat in gedachte, probeerde ik het ook. Toen de vacht van mijn honden meer glans kreeg, was ik verkocht. Het leuke is dat ik hier regelmatig complimenten over krijg. Inmiddels zitten we alweer zes jaar op rauw vlees van DARF en is mijn afkeer voor biologisch vlees helemaal verdwenen.’